• steinvanbezouw

Is de strijd van de “gele hesjes” tegen hoge brandstofprijzen de doodsteek voor de koolstofheffing?

Al enkele weken woedt in Frankrijk een heftig protest van de “gele hesjes” dat breed wordt gedragen door de bevolking. Dit protest richt zich in de eerste plaats tegen de Franse koolstofheffing – een heffing op de uitstoot van broeikasgassen – die jaar na jaar hoger wordt en inmiddels door de burger wordt gevoeld, met name in de prijzen van diesel en benzine. Koolstofheffing wordt echter, door zowel prominente economen als klimaatwetenschappers, gezien als de meest realistische en efficiënte maatregel om de CO2-uitstoot in hoog tempo te kunnen beperken en het is de meest directe verwezenlijking van het principe “de vervuiler betaalt”. Naast relatief eenvoudig te implementeren, is een koolstofheffing politiek neutraal (in tegenstelling tot door de overheid verdeelde subsidies of aan specifieke bedrijven opgelegde uitstootbeperkingen) en biedt ze zekerheid en voorspelbaarheid aan burgers en bedrijven. Het protest van de “gele hesjes” plaatst daarom de politiek voor een dilemma: het klimaatprobleem moet worden opgelost (anders lopen de maatschappelijke kosten alleen maar verder op), maar moet rechtvaardig zijn en mag zeker niet tot verdere verarming van mensen met een laag inkomen leiden. Niemand zit te wachten op een verkapte, mogelijk hoge belasting: welke politicus durft er nog een efficiënt klimaatbeleid te verdedigen als dat ten koste gaat van het inkomen van de burger?


Gelukkig bestaat hiervoor een oplossing. Om de koolstofheffing levensvatbaar en effectief te maken (ze zal nog hoger moeten worden wil ze daadwerkelijk drukken op de CO2-uitstoot) zal er een maatregel aan moeten worden gekoppeld die tegemoet komt aan deze kritieken. Zo’n maatregel, die internationaal wordt voorgedragen door de Citizens’ Climate Lobby en eveneens wordt gesteund door wetenschappers en economen, is het zogeheten koolstofdividend: dit houdt in dat het geld dat via de koolstofheffing door de overheid wordt opgehaald volledig en integraal, via een regelmatig dividend (een bedrag dat niet is gekoppeld aan de CO2-uitstoot van individuele burgers), terugvloeit naar de burger. Hierdoor is de heffing voor de gemiddelde burger volledig budgetneutraal en is er geen sprake van een daadwerkelijke belasting. Mensen met een lager inkomen, die minder vervuilen dan de midden- en hoge inkomens, houden door deze combinatie van maatregelen effectief extra geld over wat de maatregel rechtvaardig maakt; de inkomsten van de koolstofheffing kunnen niet worden gebruikt door de overheid om ideologisch getinte maatregelen door te voeren – de overheid groeit niet; en tegelijk blijft er een economische prikkel voor burgers en bedrijven bestaan om hun CO2-uitstoot te beperken.


Deze eenvoudige en elegante combinatie van koolstofheffing en -dividend (carbon fee and dividend) biedt een praktisch zeer haalbare mogelijkheid om de linkse en rechtse politieke krachten te verenigen in de strijd tegen de klimaatverandering. Zeer recent hebben in de Verenigde Staten de Democraten en Republikeinen, die op andere punten steevast lijnrecht tegenover elkaar staan, een gezamenlijk wetsontwerp over koolstofheffing en -dividend naar de Senaat gestuurd. In Canada en Zwitserland is een dergelijk systeem inmiddels zelfs al door de parlementen goedgekeurd en ingevoerd: in de provincie Brits-Columbia (waar de maatregel al tien jaar actief is) heeft dit geleid tot een grote reductie in CO2-uitstoot, en dit zonder te wegen op de economie.


De EU loopt momenteel achter op deze landen. Koolstofheffing zonder dividend bestaat wel al in verschillende EU-landen en ook in België wordt gepraat over het invoeren daarvan. Het protest van de “gele hesjes” toont dat een “kale” koolstofheffing op fel protest kan rekenen en de facto niet levensvatbaar kan zijn: een systeem van koolstofheffing en -dividend zal dat wel zijn.